ECLI:NL:CRVB:2015:4665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening intrekking Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant ontving sinds 16 november 1998 een Wajong-uitkering die bij besluit van 5 oktober 2005 werd ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 25%. Diverse verzoeken tot herziening en bezwaar werden afgewezen door het Uwv en bevestigd door rechtbank en Raad.
Appellant stelde dat stukken uit 1994-1995 en 2012 aantoonden dat zijn depressieve stoornis destijds al bestond en dat het Uwv de ernst had onderschat. De Raad oordeelde echter dat deze stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro, omdat ze niet relevant waren voor de situatie op 6 december 2005, de datum van intrekking.
De Raad concludeerde dat appellant geen toereikende onderbouwing of relevant bewijs had geleverd dat aanleiding gaf tot nader onderzoek of herziening. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Tevens werd opgemerkt dat appellant sinds 5 april 2011 een WGA-uitkering ontving die in 2014 werd omgezet in een IVA-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herziening van de intrekking van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.