ECLI:NL:CRVB:2015:467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding in vrije uren voor niet-consignatieperiode tijdens aanwezigheidsdienst
Appellant was aangesteld bij de Marinekazerne Willemsoord met een rooster waarbij hij één keer per week een aanwezigheidsdienst had van 16:00 tot 08:00 uur. Tijdens deze dienst verrichtte hij tussen 16:00 en 23:59 bedongen arbeid en had hij van 00:00 tot 08:00 consignatie met mogelijkheid tot slapen. Voor de consignatieperiode ontving hij een vergoeding in vrije uren.
Appellant verzocht met terugwerkende kracht ook voor de uren tussen 16:00 en 23:59 een vergoeding in vrije uren te ontvangen, hetgeen werd afgewezen omdat aan hem gedurende die uren geen consignatie was opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat de gehele aanwezigheidsdienst uit twee delen bestaat, waarvan ook het eerste deel voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen.
De Raad oordeelde dat de vergoeding in vrije uren alleen geldt voor de periode waarin consignatie is opgelegd. Omdat appellant tijdens de uren van 16:00 tot 23:59 bedongen arbeid verrichtte en geen consignatie had, is er geen grondslag voor vergoeding. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van vergoeding in vrije uren voor de uren zonder consignatie wordt bevestigd.