Uitspraak
27 augustus 2014, 13/3419 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 63,39% door het UWV, dat ook het maatmaninkomen vaststelde. Zij stelde in hoger beroep dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegenomen en dat sprake was van een medische afzakker, waardoor haar maatmaninkomen onjuist zou zijn vastgesteld.
De Raad oordeelt dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de psychische situatie van appellante in 2013 minder ernstig was dan in 2010. Het Psychologisch Onderzoeksrapport en de verzekeringsartsenrapporten werden als betrouwbaar beschouwd. De door appellante gevolgde dagbesteding rechtvaardigt geen verdere urenbeperking. De stelling van een medische afzakker werd niet onderbouwd met medische stukken en is onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Wel stelde de Raad vast dat de arbeidsdeskundige het beroep van inpakker buiten beschouwing had gelaten, waardoor de verdiencapaciteit en daarmee de inkomenseis onjuist waren vastgesteld. Dit leidt tot een wijziging van de rechtspositie van appellante en herroeping van het besluit. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV wordt herroepen en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.