ECLI:NL:CRVB:2015:4719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskrediet en bijstand wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellante vroeg op 12 september 2012 bedrijfskrediet en bijstand aan op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) met een ondernemingsplan voor financiële hulpverlening aan zwakkeren in Zuid-Holland.
Het Drechtstedenbestuur vroeg advies aan FBA Adviesgroep over de levensvatbaarheid van het bedrijf. FBA concludeerde op 19 november 2012 dat het bedrijf niet levensvatbaar was vanwege onvoldoende ondernemerscompetenties, een te hoog uurtarief ten opzichte van de doelgroep en een exploitatieprognose die geen volwaardig ondernemersinkomen na drie jaar liet zien.
Appellante paste haar uurtarief aan en diende een nieuwe prognose in, maar FBA handhaafde het negatieve advies wegens gebrek aan concreet klantenwervingsplan en onrealistische omzetverwachtingen. Het bestuur wees de aanvraag af bij besluit van 17 december 2012, gehandhaafd bij besluit van 27 juni 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het bestuur terecht uitging van het deskundigenadvies en dat appellante onvoldoende concrete tegenargumenten of objectieve gegevens had overgelegd om het advies te weerleggen. De Raad wees ook op de mogelijkheid van een contra-expertise, maar appellante had hiervan geen gebruik gemaakt.
De Raad concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar is in de zin van het Bbz 2004 en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor bedrijfskrediet en bijstand wordt afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijf.