ECLI:NL:CRVB:2014:2629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging bijstandsuitkering zelfstandigen wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant startte in april 2011 een bedrijf en ontving een bijstandsuitkering voor zelfstandigen (Bbz). Het college wees de verlenging van deze uitkering af omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht, gebaseerd op een advies van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK).
De voorzieningenrechter stelde het beroep van appellant in eerste aanleg gedeeltelijk in door het bestreden besluit te vernietigen, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen dit oordeel en betoogde dat het bedrijf wel levensvatbaar is, onderbouwd met tegenadviezen van het MKB Huis.
De Raad oordeelt dat het college terecht het advies van het IMK heeft gevolgd, omdat dit advies zorgvuldig is opgesteld en de tegenadviezen onvoldoende overtuigend zijn om het te weerleggen. De levensvatbaarheid wordt beoordeeld op het moment van het besluit, waarbij latere ontwikkelingen buiten beschouwing blijven.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd, waarmee de afwijzing van de verlenging van de Bbz-uitkering standhoudt.
Uitkomst: De afwijzing van de verlenging van de Bbz-uitkering wordt bevestigd wegens het niet-levensvatbaar zijn van het bedrijf.