ECLI:NL:CRVB:2015:4750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. ter Brugge
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogen uit erfenis
Appellant en Z ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na het overlijden van de ouders van appellant ontstond een aanspraak op een erfenis van € 51.235,-. Het college trok de bijstand in per 15 juli 2011 vanwege het vermogen dat boven de vermogensgrens van € 11.590,- lag en vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. Appellant voerde aan dat de intrekking hem financieel belastte, maar de Raad oordeelde dat het vermogen in de weg stond aan bijstandsverlening. De Raad bevestigde dat de aanspraak op de erfenis ontstond bij het overlijden van de ouders en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en kosten heeft teruggevorderd over de relevante perioden.
De Raad concludeerde dat het college bevoegd was tot terugvordering van de bijstandskosten omdat appellant en Z beschikten over middelen die de vermogensgrens overschreden. Het beroep van appellant faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de gemaakte kosten wegens het vermogen uit de erfenis.