ECLI:NL:CRVB:2015:482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkeer ontslagbesluit wegens bezit kinderporno ondanks strafrechtelijke vrijspraak
Appellant werd op 26 januari 2010 ontslagen door de minister van Defensie wegens bezit van kinderporno, gebaseerd op een vonnis van de militaire politierechter. Appellant ontkende het bezit, maar de minister vond zijn ontkenning ongeloofwaardig. Na een hoger beroep in strafrechtelijke zin vernietigde het Gerechtshof Arnhem het vonnis en sprak appellant vrij, mede vanwege vernietiging en wissen van bewijsmateriaal.
Appellant verzocht de minister daarop om terug te komen op het ontslagbesluit. De minister wees dit verzoek af omdat het arrest van het Hof geen nieuw feit of veranderde omstandigheid bevatte die het ontslagbesluit zou kunnen ontkrachten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het arrest van het Hof niet betekent dat op de computer van appellant geen kinderporno heeft gestaan. Appellant had dit verweer ook eerder kunnen aanvoeren. Het verzoek om terugkeer van het ontslagbesluit voldoet niet aan de vereisten van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad concludeert dat de minister terecht het verzoek heeft afgewezen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslagbesluit en wijst het hoger beroep van appellant af.