ECLI:NL:CRVB:2015:4821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende arbeidskundig onderzoek bij vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich ziek vanwege lichamelijke klachten en het UWV stelde bij besluit vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen WIA-uitkering werd toegekend. Na bezwaar en beroep stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid op 36,01% vast en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellante voerde aan dat de geselecteerde functies niet geschikt waren vanwege haar beperkingen en dat zij niet beschikte over het vereiste HAVO-diploma voor een van de functies.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen van appellante voldoende waren meegenomen. De functies administratief medewerker en medisch secretaresse waren passend, maar de functie medisch codeur vereiste een HAVO-diploma dat appellante niet had. Het UWV had onvoldoende onderbouwd dat appellante een gelijkwaardig diploma bezat, waardoor het besluit op dit punt ondeugdelijk was.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Awb en gaf het UWV opdracht binnen zes weken het gebrek te herstellen door nader arbeidskundig onderzoek te verrichten. De uitspraak betreft een tussenuitspraak in hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke arbeidskundige onderbouwing en het UWV krijgt opdracht tot nader onderzoek.