ECLI:NL:CRVB:2015:4853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift terugvordering WW-uitkering en boete
Appellant ontving een herzieningsbesluit van het UWV waarbij een WW-uitkering werd teruggevorderd en een boete werd opgelegd. Appellant stuurde een brief waarin hij om een gesprek vroeg, maar deze brief bevatte niet de vereiste elementen van een bezwaarschrift. Later diende zijn advocaat een bezwaarschrift in, maar dit was buiten de wettelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk omdat de brief van appellant geen bezwaar inhield en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de brief wel als bezwaar moest worden aangemerkt en dat het UWV hem had moeten informeren of een termijn geven om gronden aan te vullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief van 8 april 2014 niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor een bezwaarschrift en dat het verzoek om een gesprek losstaat van bezwaar maken. Ook is geen sprake van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, omdat appellant tijdig hulp had kunnen zoeken en zelf actie had moeten ondernemen.
Daarom bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wordt bevestigd.