ECLI:NL:CRVB:2015:4885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van de toegekende bijstand, omdat hij meende dat de werkloosheidsuitkering op grond van de Werkloosheidswet mogelijk doorliep, zoals vermeld in een brief van het UWV van 6 september 2013. Hierdoor heeft hij niet direct bijstand aangevraagd, waardoor zijn gezin van 23 september 2013 tot 22 oktober 2013 bijstand misliep.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend. De rechtbank heeft dit oordeel bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de brief van het UWV misleidend was en dat hij door een depressieve stoornis niet adequaat kon reageren, terwijl zijn echtgenote door haar zorg voor ernstig zieke kinderen niet in staat was de financiën te regelen.
De Raad oordeelt dat uit de brief van het UWV niet kan worden afgeleid dat de werkloosheidsuitkering zou doorlopen na 23 september 2013. Bovendien lag het op de weg van appellant om bij onduidelijkheid contact op te nemen met het UWV. De medische informatie toont niet aan dat appellant en zijn echtgenote niet in staat waren om navraag te doen of zich te melden bij het college. Daarom is het beroep ongegrond en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd.