ECLI:NL:CRVB:2015:4904
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij WWB-procedure
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens de procedure kwam het college haar bezwaren tegemoet met een gewijzigd besluit, waarna appellante het hoger beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad overwoog dat het college terecht werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, omdat het beroep werd ingetrokken na tegemoetkoming in de bezwaren. Voor de schadevergoeding beoordeelde de Raad de overschrijding van de redelijke termijn aan de hand van jurisprudentie en het EVRM. De totale procedure duurde ruim vier jaar en elf maanden, waarbij de overschrijding van bijna twaalf maanden geheel voor rekening van de Staat kwam.
De Raad kende een schadevergoeding toe van €1.000,- en veroordeelde het college tot betaling van €1.960,- aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter Korte op 29 december 2015.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €1.960,- en de Staat tot schadevergoeding van €1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.