ECLI:NL:RBAMS:2011:BS8886
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstandsuitkering voor moeder zonder verblijfsvergunning ondanks Nederlandse kinderen
Eiseres, een Azerbeidzjaanse vrouw die sinds 2006 in Nederland verblijft zonder verblijfsvergunning, heeft een aanvraag voor een bijstandsuitkering ingediend. Haar twee in Nederland geboren kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en ontvangen een bijstandsuitkering met woonkostentoeslag. De gemeente Amsterdam wees haar aanvraag af omdat zij niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander zoals bedoeld in de Wet werk en bijstand (WWB).
Eiseres voerde aan dat op grond van artikel 8 EVRM Pro en het arrest Ruiz Zambrano van het Hof van Justitie van de Europese Unie een uitzondering op het koppelingsbeginsel gemaakt moet worden, omdat haar kinderen als Unieburgers recht hebben op zorg van hun moeder. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar fysieke en psychische integriteit wordt geschaad en dat er geen sprake is van een positieve verplichting voor de staat om haar bijstand te verlenen.
De rechtbank overwoog dat de weigering om bijstand te verlenen niet leidt tot een ongerechtvaardigde schending van artikel 8 EVRM Pro en dat de situatie niet voldoet aan de criteria uit het Ruiz Zambrano-arrest. Omdat eiseres in afwachting van een verblijfsvergunning rechtmatig in Nederland verblijft en de kinderen zelfstandig in hun bestaan kunnen voorzien, is er geen reden om de bijstand toe te kennen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op bijstand wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de WWB-voorwaarden en het koppelingsbeginsel niet doorbroken hoeft te worden.