ECLI:NL:CRVB:2015:505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijdrageplicht buitenlandbijdrage Zvw ondanks financiële problemen
Appellant woonde in Spanje en had daar recht op zorg waarvoor Nederland de kosten draagt. Het Zorginstituut stelde een buitenlandbijdrage vast over 2006 van €695,05. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij een privéverzekering had en financieel niet rond kon komen van zijn AOW-uitkering, en wilde slechts €300 betalen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de bijdrageplicht dwingendrechtelijk is en niet afhankelijk van inschrijving bij de lokale verzekeringsinstelling. Het Zorginstituut kan de bijdrage niet matigen of kwijt schelden op grond van redelijkheid en billijkheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het ontbreken van inschrijving en het afsluiten van een particuliere verzekering de bijdrageplicht niet opheft. Ook het coulancebeleid is niet van toepassing omdat appellant nooit is geïnformeerd dat hij geen bijdrage verschuldigd zou zijn.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De bijdrageplicht voor de buitenlandbijdrage Zvw over 2006 wordt bevestigd zonder matiging of kwijtschelding.