ECLI:NL:CRVB:2015:507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op GBA-adres
Appellante kreeg studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor een uitwonende studerende, terwijl zij volgens de Minister feitelijk niet op haar GBA-adres woonde. Na een huisbezoek en controle concludeerde de Minister dat appellante feitelijk niet op het GBA-adres verbleef en herzag de studiefinanciering naar de norm voor een thuiswonende studerende, met terugvordering van te veel betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het huisbezoek voldoende feitelijke grondslag bood voor de conclusie van de Minister. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de bevindingen onvoldoende waren en dat zij wel degelijk op het GBA-adres woonde, onder meer vanwege haar persoonlijke spullen en post.
De Raad oordeelde dat de Minister aan zijn bewijslast had voldaan. De bevindingen van het huisbezoek, waaronder het ontbreken van persoonlijke spullen, studieboeken en poststukken, en de ongeloofwaardige verklaringen van appellante over haar kleding en sleutel, gaven voldoende grondslag om te concluderen dat zij niet op het GBA-adres woonde. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van studiefinanciering wegens niet-wonen op het GBA-adres wordt bevestigd.