ECLI:NL:CRVB:2015:52
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel gebreken bij afwijzing herhaalde aanvraag WIA-uitkering wegens niet-beoordeling rechten WAO
Appellant, werkzaam als visfileerder, meldde zich in 2006 ziek wegens psychische klachten en kreeg in 2008 een afwijzing voor een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na een herhaalde aanvraag in 2011 weigerde het UWV opnieuw de uitkering, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren vermeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de aangeleverde medische stukken geen nieuwe feiten bevatten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de aanvraag niet alleen had moeten toetsen aan de hand van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, maar ook had moeten beoordelen of appellant rechten ontleent aan artikel 43a van de WAO. Dit is nagelaten, waardoor het besluit gebrekkig is. De Raad gaf het UWV opdracht binnen zes weken het besluit te herstellen en daarbij ook te beoordelen of de eerdere weigering nog tegen appellant kan worden aangevoerd.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en juiste beoordeling van herhaalde aanvragen WIA, waarbij niet alleen gekeken moet worden naar nieuwe feiten maar ook naar mogelijke rechten uit eerdere regelingen zoals de WAO. Het UWV moet bij onduidelijkheid nadere informatie inwinnen en adequaat motiveren. De zaak wordt terugverwezen voor herstel van het besluit.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herstellen en beoordelen of appellant rechten ontleent aan artikel 43a van de WAO en of de eerdere weigering nog tegen hem kan worden aangevoerd.