ECLI:NL:CRVB:2015:521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van het Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004. Appellant vroeg verlenging van de bijstand aan met ingang van 1 juli 2012 en gaf een adres in gemeente 1 op als woonadres. De sociale recherche stelde vast dat appellant en zijn gezin sinds maart 2012 buiten die gemeente verbleven en dat de kinderen onderwijs volgden in gemeente 2.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij woonplaats had in de opgegeven gemeente. Tijdens bezwaar en aanvullend onderzoek werden verklaringen van omwonenden en schooldirecteuren verzameld die bevestigden dat appellant en gezin in februari/maart 2012 verhuisd waren naar gemeente 2.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat het op de weg van appellant lag om zijn woonplaats aannemelijk te maken en dat het college niet tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht. Appellant leverde geen controleerbare en verifieerbare gegevens om zijn woonplaats op het opgegeven adres te onderbouwen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonplaats had in de gemeente gedurende de te beoordelen periode.