ECLI:NL:CRVB:2015:543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente over met terugwerkende kracht toegekende bijstand
Appellanten, afkomstig uit Liberia en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, dienden aanvragen in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Deze aanvragen werden aanvankelijk afgewezen omdat zij geen rechtmatig verblijf hadden. Na verlening van een verblijfsvergunning door de staatssecretaris werd bijstand met terugwerkende kracht toegekend.
Het college weigerde echter de wettelijke rente te vergoeden over de na te betalen bijstand. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank Utrecht en oordeelde dat het college ten onrechte de wettelijke rente had geweigerd. De Raad stelde dat de verlening van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht gevolgen heeft voor de rentevergoeding, en dat het risico hiervan voor het college komt.
Daarnaast wees de Raad het verzoek om vergoeding van kosten in bezwaar af, omdat de herroeping van de besluiten niet te wijten was aan onrechtmatigheid van het college. Wel veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het college is veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de met terugwerkende kracht toegekende bijstand en tot betaling van proceskosten en griffierecht.