ECLI:NL:CRVB:2015:551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante viel in december 2010 uit wegens schouder- en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze per 27 december 2012 omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, oordelend dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en inhoudelijk juist waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij reumatoïde artritis heeft, vastgesteld in april 2014, met meer beperkingen dan het UWV aannam. Ook stelde zij niet geschikt te zijn voor de geselecteerde functies vanwege leesproblemen. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, mede omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep extra beperkingen had erkend en de Functionele Mogelijkhedenlijst had aangepast.
De brief van de reumatoloog kon niet leiden tot een ander oordeel omdat deze was gebaseerd op een consult na de datum in geschil en vooral de functionele gevolgen voor arbeid relevant zijn. Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante de functies kon vervullen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.