ECLI:NL:CRVB:2015:661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens volledige arbeidsongeschiktheid na overspannenheid en lichamelijke aandoening
Appellante was sinds 1996 werkzaam als senior medewerker burgerzaken bij de gemeente. Zij viel in juli 2009 uit wegens overspannenheid en hervatte haar werkzaamheden gedeeltelijk in 2010 en 2011, waarna zij opnieuw uitviel. In december 2011 werd een ernstige lichamelijke aandoening vastgesteld.
Het college verleende ontslag op grond van artikel 8:4 van Pro de CAR/UWO wegens volledige arbeidsongeschiktheid na een aaneengesloten ziekteperiode van drie jaar. Appellante stelde dat sprake was van twee ziektegevallen en dat het college onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, maar dit werd verworpen. De Raad oordeelde dat de ziekteperiode aaneengesloten was en dat het college niet verplicht was te wachten op een herbeoordeling door het UWV.
Hoewel het college aanvankelijk beperkte re-integratie-inspanningen verrichtte, zette het zich later alsnog in. Het ontbreken van tijdige interventie bij signalen van overbelasting en het feit dat baliewerkzaamheden slechts 10% van het takenpakket vormden, leidde niet tot een ander oordeel. De goede staat van dienst van appellante kon het ontslag niet voorkomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid is terecht verleend en het hoger beroep wordt afgewezen.