ECLI:NL:CRVB:2015:714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant ontving sinds 2003 een WAO-uitkering die per 26 oktober 2008 werd beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor diverse functies. Vanaf maart 2011 ontving hij een Ziektewetuitkering wegens pijnklachten. Een verzekeringsarts concludeerde in september 2012 dat appellant vanaf 8 oktober 2012 geschikt was voor arbeid, waarop het UWV de ZW-uitkering beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond op basis van een aanvullend medisch rapport. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel in juli 2013, waarbij werd vastgesteld dat de verzekeringsartsen een volledig en zorgvuldig onderzoek hadden verricht en appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onder meer over de medische beoordelingen van een anesthesioloog-pijnspecialist en psycholoog. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze gronden reeds voldoende waren behandeld en dat nieuwe medische informatie ontbrak die tot een ander oordeel zou kunnen leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.