ECLI:NL:CRVB:2015:715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur, viel in januari 2010 uit wegens diverse klachten. Het UWV stelde vast dat hij vanaf 18 januari 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond.
Na ziekmelding in november 2012 ontving appellant een Ziektewet-uitkering. Een verzekeringsarts oordeelde echter dat appellant vanaf 4 februari 2013 geschikt was voor bepaalde functies binnen de Wet WIA. Het UWV beëindigde daarom de ZW-uitkering, wat appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij pijnklachten had en verwees naar medicijngebruik, maar leverde geen nieuwe medische stukken aan.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het UWV terecht oordeelde dat appellant geschikt was voor de geduide functies. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.