Werknemer is sinds 1 maart 2010 arbeidsongeschikt door complicaties na een operatie en ontvangt een WGA-uitkering op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Appellante, de werkgever, stelt dat werknemer recht heeft op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er een meer dan geringe kans op verbetering bestaat, mede vanwege lopende revalidatie en psychische behandeling.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep werknemer niet persoonlijk heeft onderzocht en onvoldoende informatie heeft ingewonnen bij behandelend artsen over de herstelmogelijkheden. De revalidatiearts en orthopedisch chirurg rapporteren een zeer ernstige en blijvende beperking met minimale kans op verbetering.
De Raad oordeelt dat het UWV-bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is en in strijd met de Awb-artikelen 3:2 en 7:12. De Raad beveelt het UWV aan binnen zes weken aanvullend onderzoek te verrichten, met name bij de behandelend artsen, om de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid adequaat te beoordelen en het besluit te herstellen.