ECLI:NL:CRVB:2015:796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beëindiging bijstand wegens niet betrekken gewijzigde omstandigheden
Appellant ontving bijstand sinds 2003 en verrichtte werkzaamheden voor een sportschool zonder dit te melden, wat leidde tot een onderzoek en beëindiging van de bijstand per 1 september 2012. Het college stelde een fictief inkomen vast en vorderde te veel betaalde bijstand terug. Appellant diende een nieuwe aanvraag in die werd afgewezen wegens onvoldoende informatie.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het college de gewijzigde omstandigheid dat de werkzaamheden bij de werkgever niet doorgingen niet had betrokken. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat het college terecht uitging van een fictief inkomen voor de werkzaamheden die appellant verrichtte, ook al ontving hij geen vergoeding.
De Raad vernietigde het besluit tot beëindiging van de bijstand omdat het college de gewijzigde omstandigheid niet had meegewogen, maar liet de rechtsgevolgen van de vernietiging in stand. De afwijzing van de nieuwe aanvraag werd bevestigd omdat geen wijziging van omstandigheden was aangetoond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Besluit tot beëindiging bijstand vernietigd wegens niet betrekken gewijzigde omstandigheden, terugvordering en afwijzing nieuwe aanvraag bevestigd.