ECLI:NL:RBNNE:2018:5344
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden bij autobedrijf
Eiser ontving een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid, maar werd door verweerder teruggevorderd voor de periode 1 januari 2016 tot en met 8 februari 2017 omdat hij werkzaamheden verrichtte bij een autobedrijf zonder dit te melden. Verweerder stelde dat deze werkzaamheden productieve arbeid waren die een economische waarde vertegenwoordigen en dat eiser het minimumloon verdiende, wat leidde tot een terugvordering van € 7.628,76 bruto en een boete van € 40,- wegens schending van de informatieplicht.
Eiser voerde aan dat hij slechts sociale contacten onderhield en dat de werkzaamheden niet als arbeid konden worden aangemerkt. Tevens betwistte hij het aantal gewerkte uren en stelde dat hij zich overvallen voelde tijdens het inspectiegesprek. De rechtbank oordeelde echter dat uit het onderzoeksrapport en verklaringen van een getuige voldoende bewijs bleek dat eiser gemiddeld 20 uur per week werkzaam was en dat de werkzaamheden economisch waardevol waren.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de boete onredelijk was en dat zijn verklaring niet als bewijs mocht dienen vanwege het ontbreken van een cautie vooraf. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de uitkering had teruggevorderd en de boete had opgelegd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering van de WAO-uitkering en oplegging van een boete wordt bevestigd.