ECLI:NL:CRVB:2015:94
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, die vanwege psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Na herbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant vanaf 1 maart 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarop de uitkering werd ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing onderschreef.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen werden onderschat en dat hij per 1 maart 2012 volledig arbeidsongeschikt was. Hij bracht aanvullende medische informatie in en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde echter dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beschikbare medische gegevens geen aanleiding gaven het oordeel van het UWV te betwijfelen.
De Raad wees erop dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid pas per 1 januari 2013 was vastgesteld, wat buiten de in geschil zijnde periode valt. De brief van psychiater Hofman bevestigde deze verslechtering na de datum in geschil. Ook de arbeidsdeskundige beoordeling van de functies was juist en goed gemotiveerd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd.