ECLI:NL:CRVB:2015:977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en brutering bijstand wegens niet voldoen inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college trok de bijstand per 5 januari 2011 in en vorderde de kosten terug omdat appellant niet had doorgegeven dat hij niet meer in Rotterdam woonde. Daarnaast verhoogde het college de vordering met afgedragen loonheffing en premies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hem geen verwijt treft voor het niet tijdig terugbetalen en dat hij in een overmachtsituatie verkeerde. De Raad oordeelde dat het besluit tot intrekking en terugvordering in rechte vaststaat en dat appellant verwijt treft aan het ontstaan van de vordering.
De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie dat brutering van loonbelasting en premies gerechtvaardigd is indien de betrokkene verwijt treft. Er is geen grond om aan te nemen dat het college niet in redelijkheid tot brutering kon besluiten. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en brutering van de bijstand wegens niet voldoen aan de inlichtingenplicht.