ECLI:NL:CRVB:2015:996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand vanaf 21 maart 2006 en stond ingeschreven op adressen in Amsterdam. Na een melding van de gemeente Ouder-Amstel werd een onderzoek ingesteld dat uitwees dat appellant feitelijk woonde in de gemeente [gemeente 2], niet in Amsterdam. Het college besloot daarom de bijstand vanaf 2006 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij weliswaar autohandel dreef vanuit adressen in [plaatsnaam 2] en [plaatsnaam 3], maar daar niet woonde. De Raad overwoog dat de inschrijving in de GBA niet doorslaggevend is en dat getuigenverklaringen, poststukken en administratie aantonen dat appellant feitelijk woonde in de gemeente [gemeente 2].
Hoewel appellant mogelijk een kamer had in Amsterdam, was dit onvoldoende om te concluderen dat hij daar woonde. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.