ECLI:NL:CRVB:2016:1034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken nieuw feit of veranderde omstandigheid
Appellante ontving vanaf december 2009 een WW-uitkering en meldde zich in maart 2012 ziek, waarna het UWV haar herstel per 16 april 2012 vaststelde en de Ziektewet-controle beëindigde. Later meldde zij zich in oktober 2012 opnieuw ziek, waarop zij een ZW-uitkering kreeg toegewezen. Appellante verzocht het UWV terug te komen op de hersteldverklaring van april 2012, maar dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond omdat het eerdere herstelbesluit onherroepelijk was en geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. In hoger beroep stelde appellante dat zij vanaf maart 2012 onafgebroken arbeidsongeschikt was en verwees zij naar een psychiatrisch rapport met diagnoses van ernstige depressie en posttraumatische stressstoornis.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit psychiatrisch rapport geen nieuw feit of veranderde omstandigheid bevatte zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat het geen inzicht gaf in de gezondheidssituatie ten tijde van het herstelbesluit. Ook eerdere ziekmeldingen en het oordeel van de rechtbank dat appellante pas vanaf oktober 2012 ziek was, ondersteunen haar standpunt niet. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd wegens ontbreken van nieuw feit of veranderde omstandigheid.