ECLI:NL:CRVB:2016:1040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek indicatie met terugwerkende kracht AWBZ-zorg afgewezen wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Betrokkene kreeg op 8 juli 2013 een indicatie voor AWBZ-zorg toegekend, nadat zij op 15 februari 2013 de diagnose alvleesklierkanker had gekregen en zorg nodig had. Zij vroeg later om een indicatie met terugwerkende kracht vanaf de diagnose tot de datum van het eerste besluit. De rechtbank wees dit verzoek af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Appellanten stelden in hoger beroep dat er wel bijzondere omstandigheden waren, zoals de daadwerkelijke zorgverlening door de echtgenoot en het feit dat betrokkene onbekend was met de AWBZ-regelgeving. De Raad overwoog dat onbekendheid met de regelgeving op zichzelf geen bijzondere omstandigheid is en dat de zorgbehoefte over de gevraagde periode niet voldoende vaststaat.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om af te wijken van het uitgangspunt dat indicatiebesluiten geen terugwerkende kracht hebben. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om indicatie met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.