ECLI:NL:CRVB:2016:1050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen onroerend goed in Turkije
Appellant ontving vanaf september 2013 bijstand en verklaarde geen bezittingen of schulden te hebben. Na een anonieme melding en onderzoek bleek dat appellant eigenaar was van een appartement in Turkije, dat hij niet had gemeld bij de aanvraag. De woning was geregistreerd op zijn naam met een aandeel van 1/1 en werd verhuurd.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug, omdat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. Appellant voerde aan dat hij slechts mede-eigenaar was en dat schulden, waaronder een schuld aan zijn ex-echtgenote, het vermogen onder de vrijlatingsgrens brachten.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij slechts mede-eigenaar was, mede omdat de belastingaangifte op zijn naam stond met volledig eigenaarschap. Ook had appellant geen schulden aannemelijk gemaakt die relevant waren bij de vermogensvaststelling. Daarom was het college terecht tot intrekking en terugvordering overgegaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.