ECLI:NL:CRVB:2016:1061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering AIO-uitkering wegens verzwegen onroerend goed in Marokko
Appellanten ontvingen vanaf 2003 tot 2010 aanvullende bijstand en vanaf 2010 een AIO-aanvulling. De Sociale verzekeringsbank (Svb) ontdekte via een steekproef en onderzoek door een attaché dat appellanten mogelijk een woning in Marokko bezaten, hetgeen niet was gemeld. Op basis hiervan trok de Svb de AIO-uitkering in en vorderde de betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij het recht op bijstand werd vastgesteld aan de hand van een taxatiewaarde van de woning. Appellanten gingen in hoger beroep tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen, stellende dat zij niet eigenaar waren van de getaxeerde woning en dat het onderzoek onvolledig was.
De Raad oordeelde dat het onderzoek ondeugdelijk was, omdat niet duidelijk was of de getaxeerde woning daadwerkelijk eigendom was van appellanten. De Svb had onvoldoende bewijs geleverd en had geen adequaat onderzoek verricht naar het adres en de eigendomssituatie. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg de Svb op een nieuw onderzoek te doen, waarbij ook de waarde en het gebruiksrecht van de woning nader moeten worden vastgesteld.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van de AIO-uitkering wordt vernietigd en de Svb wordt opgedragen een nieuw onderzoek te verrichten.