ECLI:NL:CRVB:2016:1251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurtoeslag wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verloor haar huurtoeslag vanwege een medebewoner zonder rechtmatig verblijf in Nederland. Zij vroeg bijzondere bijstand aan ter compensatie van het wegvallen van de huurtoeslag, maar het college wees dit af omdat de huurtoeslag als passende voorliggende voorziening geldt en er geen acute noodsituatie was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de Wht geen passende voorziening was en dat haar financiële situatie zorgwekkend was, mede door het wegvallen van € 200,- per maand en terugbetaling van teveel ontvangen toeslag.
De Raad oordeelde dat de Wht in beginsel een passende en toereikende voorziening is en dat de situatie van appellante geen acute noodsituatie oplevert die bijzondere bijstand rechtvaardigt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 maart 2016.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor huurtoeslag wordt bevestigd wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.