ECLI:NL:CRVB:2016:1262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en afwijzing schadevergoeding
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, maar werden onderzocht nadat bleek dat zij meer bankrekeningen hadden dan opgegeven. Uit het onderzoek bleek dat zij hun inlichtingenplicht hadden geschonden door niet alle rekeningen en stortingen te melden.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. Het bezwaar tegen de intrekking werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het recht op bijstand wel kon worden vastgesteld omdat zij de ontvangen bedragen van ouders op hun rekeningen hadden gestort. De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat alle contante bedragen waren verantwoord, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.