ECLI:NL:CRVB:2016:1274
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdig indienen beroepschrift WW-uitkering
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar in aanmerking te brengen voor een WW-uitkering. De rechtbank Gelderland verklaarde haar beroep ongegrond. Verzoekster stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die het hoger beroepschrift doorzond naar de Centrale Raad van Beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend, omdat de beroepstermijn van zes weken was verstreken. Verzoekster voerde aan dat haar toenmalige advocaat de uitspraak had achtergehouden, maar dit werd niet als verschoonbare termijnoverschrijding erkend. Volgens vaste rechtspraak worden fouten van een gemachtigde toegerekend aan de cliënt.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding om nader onderzoek te verrichten, zodat direct in de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.