ECLI:NL:CRVB:2016:1328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon zonder operationele toelage en piketvergoeding bij buitengewoon verlof
Appellant, werkzaam als rechercheur, kreeg buitengewoon verlof wegens een strafrechtelijk onderzoek, waarbij hij geen operationele toelage en piketvergoeding ontving. Na beëindiging van het verlof wegens onterechte beschuldigingen viel hij uit wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde het dagloon vast op €156,40, zonder de niet-ontvangen toelagen mee te rekenen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat het dagloon hierdoor te laag was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het UWV terecht uitging van het loon in de referteperiode. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en verwees naar eerdere jurisprudentie over het welvaartsniveau.
De Raad oordeelt dat het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (BDW) van toepassing blijft op uitkeringen met recht op uitbetaling voor 1 juni 2013. Het buitengewoon verlof betrof geen verlof in de zin van het BDW, omdat het geen tussen werkgever en werknemer overeengekomen verlof was. Daarom mocht het UWV het dagloon baseren op het daadwerkelijk genoten loon in de referteperiode, inclusief de periode zonder operationele toelage en piketvergoeding.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het dagloon wordt bevestigd op €156,40 zonder rekening te houden met niet-ontvangen toelagen tijdens buitengewoon verlof.