ECLI:NL:CRVB:2016:1445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim complexbeveiliger in detentiecentrum
Appellante was sinds 2006 werkzaam als complexbeveiliger-C bij de Dienst Vervoer en Ondersteuning van DJI en vanaf 2013 ingezet bij een detentiecentrum. Op 4 juli 2013 verliet zij tijdens haar dienst de afdeling zonder haar taken aan een collega over te dragen, waardoor een gedetineerde zonder toezicht rondliep. Daarnaast verliet zij stelselmatig haar dienst te vroeg.
De minister legde haar wegens dit plichtsverzuim de disciplinaire straf van ontslag op. Appellante voerde aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan en dat de straf onevenredig was gezien de financiële gevolgen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat er voldoende feitelijke grondslag was voor het verwijt dat appellante haar taken niet had overgedragen. Het onbeheerd achterlaten van de afdeling bracht een onaanvaardbaar veiligheidsrisico met zich mee. Ook het stelselmatig te vroeg verlaten van de dienst was plichtsverzuim. Gezien de ernst van het plichtsverzuim en de functie van appellante was ontslag een proportionele maatregel.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag van appellante bevestigd wegens plichtsverzuim.