ECLI:NL:CRVB:2016:1528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke plaatsing ambtenaar wegens dienstbelang en verbetertraject
Appellant, sinds 1983 in dienst bij de gemeente en werkzaam bij team A, werd na een verbetertraject wegens onvoldoende functioneren tijdelijk geplaatst in een andere functie bij cluster D. Het college stelde dat dit noodzakelijk was vanwege een ongezonde werksituatie binnen team A en om het verbetertraject kans van slagen te geven.
Appellant betwistte het dienstbelang en stelde dat hij niet verantwoordelijk was voor de onrust binnen team A, dat er geen schriftelijk onderzoeksverslag was en dat zijn functioneren onterecht werd bekritiseerd. Tevens klaagde hij over uitholling van zijn taken en belemmering van zijn carrière.
De Raad oordeelde dat het college zich op goede gronden baseerde op een onafhankelijk medewerkersonderzoek dat een ongezonde werksituatie aantoonde, waarbij appellant onderdeel was van de problemen. Terugkeer zou de stabiliteit verstoren. Daarnaast was het verbetertraject gericht op het op peil brengen van het functioneren van appellant, wat bij een andere afdeling beter kon slagen.
De kritiek van appellant op zijn functioneren werd niet gevolgd gezien de voortgangsgesprekken en het verbetertraject. De Raad concludeerde dat het dienstbelang en het verbetertraject samen een reëel en voldoende toereikend belang vormden voor de tijdelijke plaatsing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de tijdelijke plaatsing van appellant bevestigd.