ECLI:NL:CRVB:2016:1534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van bijstandsaanvraag wegens niet verstrekken bankafschriften
Appellant diende op 24 februari 2014 een aanvraag om bijstand in na het overlijden van zijn partner. Hij gaf aan geen vast inkomen te hebben en leefde van waardevolle spullen en toeslagen. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) vroeg bankafschriften over een langere periode dan drie maanden voor de aanvraag, maar appellant weigerde deze te verstrekken en ging niet in op uitnodigingen voor gesprekken.
Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder de gevraagde gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was om bankafschriften over een langere periode te vragen, vooral gezien de onduidelijkheden over de financiële situatie van appellant. Appellant kon onvoldoende onderbouwen hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag en gaf geen verifieerbare stukken. Zijn weigering om de gevraagde stukken te overleggen was onterecht, ook omdat hij geen verzoek om uitstel had gedaan.
Daarom was de afwijzing van de bijstandsaanvraag terecht en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad sprak geen proceskosten toe.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens het niet verstrekken van gevraagde bankafschriften over een langere periode.