ECLI:NL:CRVB:2016:1546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding van openstaande vordering bijstand
Appellante heeft jarenlang bijstand ontvangen en een openstaande vordering wegens ten onrechte verstrekte uitkering. Na eerdere afwijzingen verzocht zij opnieuw om kwijtschelding van deze schuld. Het college wees dit verzoek af op grond van het geldende debiteurenbeleid en het ontbreken van nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat het beleid niet volledig aansloot bij de wettelijke bepalingen en dat haar situatie bijzondere omstandigheden bevatte, zoals langdurige aflossing en het feit dat zij niet de veroorzaker van de schuld was.
De Raad oordeelde dat de wettelijke uitzonderingen niet van toepassing zijn op deze oude vordering en dat het debiteurenbeleid rechtmatig is toegepast. Ook achtte de Raad de aangevoerde omstandigheden onvoldoende om van het beleid af te wijken. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de openstaande vordering wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.