ECLI:NL:CRVB:2016:1556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit plaatsing en uitgangspositie ambtenaar bij reorganisatie
Appellant was werkzaam als [functienaam 1] en later feitelijk als [functienaam 2] bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In het kader van een reorganisatie werd zijn functie ingedeeld volgens het Functiegebouw Rijk en werd hij aangewezen als verplichte VWNW-kandidaat omdat er geen passende functie voor hem was.
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn uitgangspositie en de plaatsing, stellende dat zijn feitelijke werkzaamheden onvoldoende werden meegewogen en dat de uitgangsposities van collega’s onjuist waren vastgesteld, waardoor hij ten onrechte als overtollig werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de uitgangsposities van anderen niet ter discussie konden staan in deze procedure. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen de uitgangsposities van collega’s en dat het verzoek om een onafhankelijk onderzoek niet gelijkstaat aan bezwaar tegen die besluiten.
De Raad oordeelt dat het bestuursorgaan een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij plaatsingsbesluiten en dat het afspiegelingsbeginsel correct is toegepast. Appellant had minder dienstjaren dan collega’s in zijn leeftijdscategorie, waardoor hij terecht als VWNW-kandidaat is aangewezen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot aanwijzing als verplichte VWNW-kandidaat wordt bevestigd.