ECLI:NL:CRVB:2016:1563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende onderzoek door CIZ bij indicatiebesluit AWBZ-zorg
Appellant had een indicatie voor AWBZ-zorg en vroeg om een zorgzwaartepakket LVG-3 met persoonsgebonden budget. Het CIZ wees de aanvraag af wegens ontbrekende recente informatie. Na bezwaar verleende het CIZ een beperkte indicatie, maar het medisch onderzoek was onvoldoende, vooral ten aanzien van een mogelijke psychiatrische aandoening. De rechtbank verklaarde het beroep grotendeels ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het CIZ niet aan zijn onderzoeksplicht had voldaan, omdat medisch adviseur Sen hem niet had onderzocht en er sprake was van ontbrekende stukken. De Raad oordeelde dat het onderzoek niet voldeed aan artikel 6 van Pro het Zorgindicatiebesluit, omdat het CIZ onvoldoende had onderzocht of er sprake was van een psychiatrische aandoening en de gevolgen daarvan.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het CIZ op binnen twee maanden het gebrek te herstellen door nader medisch onderzoek. De Raad wees erop dat het CIZ niet gebonden is aan eerdere afspraken tussen partijen en dat het onderzoek zorgvuldig moet worden uitgevoerd volgens de wettelijke normen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het CIZ wordt opgedragen het gebrek binnen twee maanden te herstellen door nader medisch onderzoek.