ECLI:NL:CRVB:2016:1713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep beveelt herstel gebrekkig gemotiveerd UWV-besluit over WIA en amberprocedure
Appellant meldde zich in 1998 ziek en ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid. In 2009 meldde hij zich opnieuw ziek en vroeg in 2011 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat er sprake was van een nieuwe ziekteoorzaak, waardoor geen recht op heropening van de WAO-uitkering (amberprocedure) bestond, en wees de WIA-aanvraag af.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het UWV een amberprocedure had moeten starten omdat zijn oude klachten waren verergerd. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en nam een apart amberbesluit zonder bezwaarprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de amberprocedure loskoppelde van de WIA-beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld door de amber-beoordeling niet mee te nemen in het bezwaar tegen het WIA-besluit. Volgens de Raad had het UWV eerst moeten vaststellen of er recht op heropening van de WAO-uitkering bestond alvorens de WIA-aanvraag te beoordelen. Het amberbesluit is gebrekkig gemotiveerd en moet worden hersteld binnen zes weken.
De uitspraak benadrukt dat bij samenloop van WAO- en WIA-rechten eerst de WAO-beoordeling moet plaatsvinden en dat het UWV zorgvuldiger moet omgaan met de beoordeling van medische beperkingen en de toepasselijkheid van de amberprocedure.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen door de amberprocedure te betrekken bij de beoordeling.