ECLI:NL:CRVB:2016:1719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens passende voorliggende voorziening Wtos
Appellante vroeg bijstand aan voor kosten van levensonderhoud over de periode juni tot september 2014. Het college wees de aanvraag af omdat zij een basistoelage Wtos ontving, die als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt volgens artikel 15 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij vanaf december 2013 gestopt was met studeren en hogere kosten had, en dat zij recht had op aanvullende bijstand. Ook voerde zij aan dat zij de basistoelage later moest terugbetalen, waardoor die geen daadwerkelijke voorziening was.
De Raad oordeelde dat de basistoelage Wtos voor de kosten van levensonderhoud inderdaad een passende en toereikende voorliggende voorziening is, ook al moet zij worden terugbetaald. Het feit dat appellante haar studie had beëindigd doet hieraan niets af. De aanvraag om bijstand is daarom terecht afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 mei 2016.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd omdat de basistoelage Wtos als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt.