Uitspraak
28 oktober 2014, 14/4184 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB sinds januari 2012. In juni 2013 trof de politie een hennepkwekerij met 323 planten aan in zijn woning, waarbij appellant werd aangehouden en verklaarde betrokken te zijn bij de exploitatie en de voorbereidingen daarvan.
Het college van burgemeester en wethouders trok de bijstand met ingang van februari 2013 in en vorderde de kosten terug over de periode tot juni 2013, omdat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door de kwekerij niet te melden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de kwekerij pas vanaf april 2013 in bedrijf was en dat de strafrechter had vastgesteld dat er geen oogst was gerealiseerd. De Raad oordeelde dat ook de voorbereidingsactiviteiten relevant zijn en dat appellant geen inzicht gaf in investeringen of administratie om het recht op bijstand vast te stellen.
Het beroep op het ne bis in idem-beginsel faalde omdat intrekking en terugvordering geen bestraffende sancties zijn, maar herstelmaatregelen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.