ECLI:NL:CRVB:2015:2715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melding bankrekening en vermogen
Appellant ontving vanaf 30 januari 2011 bijstand op grond van de WWB als alleenstaande, waarbij zijn vermogen op basis van eigen opgave was vastgesteld. Tijdens een onderzoek kwam het college erachter dat appellant een bankrekening bij ABN-AMRO had met een saldo dat de vermogensgrens overschreed, zonder dit te melden. Het college trok de bijstand in over de periode van 20 januari 2011 tot 31 mei 2013 en vorderde de kosten terug.
Appellant voerde aan dat de intrekking beperkt had moeten worden tot een kortere periode, met toepassing van een interingsnorm die in de uitvoeringspraktijk bij aanvragen wordt gehanteerd. De Raad oordeelde dat deze norm niet geldt bij intrekking en bevestigde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor de bijstand ten onrechte was verleend.
Verder stelde appellant dat sprake was van dubbele bestraffing, omdat naast intrekking ook een bestuurlijke boete was opgelegd. De Raad stelde dat intrekking geen straf is maar een herstelmaatregel en dat de boete een aparte sanctie betreft. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Gelderland werd bevestigd, en de Raad wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens niet-melding van een bankrekening met vermogen boven de vermogensgrens.