ECLI:NL:CRVB:2016:1782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WW-voorschotten bij zelfstandige
Appellant werd ontslagen en wilde als zelfstandige starten. Het UWV verleende toestemming voor een startperiode en keerde WW-voorschotten uit, met verrekening van 70% van de zelfstandige inkomsten. Later werd de WW-uitkering ingetrokken en eiste het UWV terugbetaling van €16.010,18 aan voorschotten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het UWV terecht ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling als inkomen meerekende en dat terugvordering dwingend voorgeschreven is. Appellant stelde in hoger beroep dat alleen inkomsten uit de startperiode verrekend mochten worden en dat terugvordering niet mogelijk was.
De Raad oordeelde dat appellant zich had moeten informeren over de verrekeningsregels en dat de verstrekte informatie geen beperking tot de startperiode inhield. Terugvordering van onverschuldigde betalingen is wettelijk dwingend en niet afhankelijk van dringende redenen. Het hoger beroep faalde en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WW-voorschotten en wijst het verzoek om rentevergoeding af.