Uitspraak
OVERWEGINGEN
14/4548 WWB)
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch startte een pilotonderzoek naar vermogen in het buitenland, waarbij specifiek bijstandsgerechtigden met een dubbele nationaliteit en een band met Turkije werden geselecteerd. Uit dit onderzoek bleek dat appellante mede-eigenaar was van een woning in Turkije, hetgeen zij niet had gemeld. Op basis hiervan trok het college haar bijstand in.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek discriminatoir was omdat het zich uitsluitend richtte op personen met Turkse nationaliteit zonder dat daarvoor zeer gewichtige redenen bestonden. Hierdoor was het bewijs onrechtmatig verkregen en mocht het niet worden gebruikt voor het besluit tot intrekking.
Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellante tijdens de bezwaarprocedure een taxatierapport overlegde waaruit bleek dat zij daadwerkelijk vermogen boven de vermogensgrens bezat. De Raad bevestigde voorts de besluiten waarbij latere aanvragen van appellante buiten behandeling werden gesteld en veroordeelde het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onrechtmatig bewijs, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.