ECLI:NL:CRVB:2016:1939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante was werkzaam als tuinbouwmedewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij vanaf 12 maart 2014 meer dan 65% van haar loon kon verdienen en beëindigde haar Ziektewet-uitkering.
Appellante maakte bezwaar en werd opnieuw medisch en arbeidskundig onderzocht, waarbij de Functionele Mogelijkhedenlijst werd aangepast. Het UWV handhaafde het besluit tot beëindiging van de uitkering, waarop appellante beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij volledig arbeidsongeschikt was, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de psychische en lichamelijke beperkingen adequaat waren meegenomen en dat de functies waarop de verdiencapaciteit was gebaseerd passend waren.
De Raad bevestigde het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante met de vastgestelde functies meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.