ECLI:NL:CRVB:2016:1983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- F. Hoogendijk
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gelaten wegens niet verstrekken bankafschriften
Appellant ontving tot 1 augustus 2014 bijstand op grond van de WWB, die door het college werd ingetrokken. Na een nieuwe aanvraag op 8 september 2014 verzocht het college om aanvullende bankgegevens, waaronder bankafschriften over een specifieke periode. Appellant leverde niet alle gevraagde bankafschriften aan, met name van een bankrekening over de periode van 24 juni tot en met 31 augustus 2014.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro en vorderde het eerder verstrekte voorschot terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en ook in hoger beroep oordeelt de Raad dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten omdat de ontbrekende bankgegevens noodzakelijk zijn voor een goede beoordeling van het recht op bijstand en appellant redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken.
Appellant voerde aan dat de ontbrekende gegevens niet nodig waren en dat er een afspraak was over een verkorte aanvraag, maar deze stellingen werden verworpen. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af, zonder aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet verstrekken van noodzakelijke bankafschriften.