ECLI:NL:CRVB:2016:2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie WIA-uitkering
Appellant was senior technisch opzichter en viel uit wegens psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie, onder meer door het afzeggen van afspraken met zijn psychiater en het vermijden van contact met zijn werkgever. Werkgeefster stopte daarom de loonbetaling op grond van artikel 7:629 BW Pro.
Appellant vroeg een WIA-uitkering aan, die door het UWV deels werd geweigerd vanwege te late aanvraag en onvoldoende medewerking aan re-integratie. Het UWV legde een maatregel op van 25% korting op de uitkering voor vier maanden. De rechtbank oordeelde dat deze maatregel terecht was opgelegd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische toestand en sociale situatie de maatregel niet rechtvaardigden. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet voldoende had meegewerkt en dat geen dringende redenen bestonden om af te zien van de maatregel. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de opgelegde sanctie.
Uitkomst: De maatregel van 25% korting op de WIA-uitkering wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie wordt bevestigd.